Logo Logo

Nederlandse olie- en gasindustrie halveert offshore methaanuitstoot

  Terug naar overzicht
In 2018 heeft de Nederlandse olie- en gasindustrie het initiatief genomen voor een methaanreductie programma. In 2019 is met de toenmalige Minister van EZK in een convenant afgesproken dat de sector zijn methaanemissies, een broeikasgas, voor het eind van 2020 zou halveren. De industrie heeft dit doel inmiddels meer dan gehaald. Op 31 december 2020 was de methaanuitstoot van de activiteiten op zee 51% lager dan in 2017. Met de nawerkingen van de laatst genomen maatregelen in het vierde kwartaal van 2020 was de offshore methaanuitstoot op 1 april 2021 uiteindelijk 57% lager (vind hier de volledig rapport). Staatstoezicht op de Mijnen voert in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat een evaluatie uit om de gerapporteerde resultaten te toetsen. De evaluatie zal naar verwachting in het najaar van dit jaar worden afgerond.

Menno Snel, voorzitter NOGEPA: “Aardgas en de gassector spelen vandaag en gedurende de energietransitie een belangrijke rol in onze energiemix. In Nederland gewonnen gas heeft daarbij de voorkeur boven geïmporteerd gas door de fors lagere klimaat voetafdruk ten opzichte van geïmporteerd aardgas. Zolang we (afgezien van Groningen) aardgasvoorraden hebben en er een nationale gasvraag is, zorgt de sector dat de gasproductie op een zo veilig en verantwoord mogelijke manier plaatsvindt. Dat betekent dat we steeds kijken naar manieren om onze prestaties nog verder te verbeteren. Alleen op die manier, door onze eigen verantwoordelijkheid te pakken in de energietransitie, kunnen wij zorgen dat onze sector klaar staat om ook morgen en overmorgen onze bijdrage te leveren. Deze prestatie is het resultaat van een intensief samenwerkende sector met veel technische kennis en met focus op de doelstellingen van het Klimaatakkoord.”

Toekomstige emissie reducties

Aanvullend op de halvering van de methaanuitstoot onderzoeken de producenten nu ook maatregelen om de CO2-uitstoot verder te verminderen. Daarbij wordt gekeken naar mogelijkheden voor optimalisatie in de gehele gasketen – van gasproductie en behandeling tot transport. Het elektrificeren van olie- en gasinstallaties is een belangrijke mogelijkheid om CO2-emissies te reduceren. In het convenant heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat toegezegd te onderzoeken hoe de randvoorwaarden voor elektrificatie ingevuld kunnen worden. De nieuwe Energiewet zal dan bijvoorbeeld mogelijk moeten maken dat op zee opgewekte stroom ook op zee kan worden afgenomen van het elektriciteitsnet op zee. Elektrificatie van olie- en gasinstallaties heeft een aantal voordelen. De uitstoot van CO2 wordt sterk verminderd; Het aardgas dat nu offshore wordt ingezet voor de opwekking van energie voor het productieproces kan naar land worden getransporteerd voor aflevering aan Nederlandse afnemers. En bovendien is elektrificatie nodig om in de toekomst, na beëindiging van de gasproductie, deze installaties in te zetten voor alternatieve functies in het kader van de energietransitie, zoals opslag van CO2 en productie en transport van op zee geproduceerde waterstof.

Achtergrond

In 2017 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgassen in Nederland tot 193,7 miljoen ton CO2eq. Methaanemissies, onderdeel van de broeikasgasemissies, bedroegen in 2017 720 duizend ton. Omgerekend naar CO2 equivalenten is dat 18 miljoen ton, ofwel 9,3% van de totale broeikasgassen uitstoot. De uitstoot van de gehele gasketen (exploratie, productie, transport en distributie) was in datzelfde jaar 22 duizend ton methaan (0,55 miljoen ton CO2eq). De gassector is daarmee verantwoordelijk voor 3% van alle Nederlandse methaanemissies, omgerekend ongeveer 0,33% van alle broeikasgas emissies (CO2eq) in Nederland. Ondanks de bescheiden omvang van deze emissies, wil de Nederlandse olie- en gassector haar bijdrage leveren aan het beperken van de klimaatverandering.

Tijdens de uitvoering van het convenant bleek dat de methaanuitstoot in het referentiejaar 2017 hoger was dan oorspronkelijk gerapporteerd. Om de afspraken uit het convenant te halen moest de industrie 9% meer reduceren dan oorspronkelijk gepland. Ook de extra reductie is succesvol uitgevoerd. Eind 2020 was de methaanuitstoot 4792 ton lager dan in 2017. In CO2 equivalenten staat dat gelijk aan een verlaging van de uitstoot met 120 duizend ton CO2.

NOGEPA heeft in 2018 een verbeterd protocol voor de bepaling en rapportage van methaanemissies gepubliceerd. Alle operators maken gebruik van dit – met Staatstoezicht op de Mijnen afgestemde – protocol. In 2018 heeft TNO een offshore meetprogramma uitgevoerd om te staven of de door de operators op basis van dit protocol opgegeven emissies overeenkomen met metingen in op zee; dit bleek overtuigend het geval.

Welke maatregelen zijn genomen

Bij de selectie van reductiemaatregelen is gekeken met welke technieken de grootste emissiereducties konden worden bereikt. Daarbij is gekeken naar onder meer de kosteneffectiviteit, hoe bespaar je zo efficiënt mogelijk zo veel mogelijk uitstoot. Belangrijke maatregelen in het reductieprogramma zijn hergebruik van procesgas voor energieopwekking, het terugvoeren van restgassen in het productieproces en een gerichte aanpak voor vervanging van lekkende (veiligheids)kleppen. Er zijn ook tal van operationele maatregelen getroffen. Door al deze maatregelen is het proces van gasbehandeling en compressie op talrijke offshore installaties geoptimaliseerd.

De Europese Commissie heeft in oktober 2020 een initiatief voor methaanreductie in de energiesector gepubliceerd. De Nederlandse olie- en gassector heeft de kennis en ervaring die is opgedaan bij de uitvoering van het reductieprogramma gedeeld met de Commissie. Ook heeft de sector regelmatig afstemming gezocht met de toezichthouder (Staatstoezicht op de Mijnen), het bevoegd gezag (het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) en milieuorganisaties (waaronder het Environmental Defence Fund).

  • © 2022 Element NL